Monovalent/Bivalent
Monovalent, mono-energetisch en bivalent
De warmtebron en de bouwkundige situatie hebben een grote invloed op de gewenste uitvoering van de warmtepompinstallatie. Afhankelijk van de (bouwkundige) situatie en de gekozen/noodzakelijke bron kan worden gekozen voor een monovalent, mono-energetisch of bivalent systeem. De verschillen zitten in de keuze voor alleen een warmtepomp (monovalent), een warmtepomp aangevuld met een elektrisch verwarmingselement (mono-energetisch) of een warmtepomp met een extra warmteopwekker (bivalent). Hieronder worden de verschillende opties toegelicht.
Monovalent
Monovalente warmtepompsystemen worden het meest toegepast. Bij dergelijke installaties wordt de cv-ketel integraal vervangen door de warmtepomp. De verwarmingsbehoefte wordt daarbij één op één geïnstalleerd. Deze toepassing verdient de voorkeur wanneer gebruik wordt gemaakt van buffervaten om de schakelfrequentie van de warmtepomp te minimaliseren. In de regel wordt monovalent bedrijf gebruikt bij water/water warmtepompen.
Mono-energetisch
Mono-energetische warmtepompsystemen zijn uitgelegd op de gemiddelde warmtevraag die gedurende een groot deel van het jaar noodzakelijk is. Voor de pieklast zijn mono-energetische systemen als back-up uitgevoerd met een elektrisch verwarmingselement voor naverwarming. Dit systeem wordt meestal toegepast bij lucht/water warmtepompen en warmtepompboilers.
Bivalent
Bivalente warmtepompsystemen zijn uitgelegd op de gemiddelde warmtevraag die gedurende een groot deel van het jaar noodzakelijk is. De systemen zijn aanvullend uitgevoerd met een conventionele warmteopwekker voor de pieklast. Dergelijke toepassingen zijn gangbaar bij renovatie. Nadeel hiervan is dat tweemaal zoveel opstellingsruimte is vereist voor de verwarmingstoestellen. Vaak kan met bouwkundige ingrepen de transmissie worden verminderd waardoor kan worden volstaan met een monovalente of mono-energetische installatie.